|
Mecsek-gebergte
Het Mecsek gebergte is een relatief kleine bergketen die van oost
naar west loopt met als hoogste punt de Zengő (682m). In de verscholen
dalen liggen vele kleine dorpjes en veel bossen, met waterloopjes en
eindeloze paden: een waar paradijs voor wandelaars. Het
Mecsek-gebergte is een mooi en rijk natuurgebied, met o.a. het grote
Oostelijke Mecsek (Keleti Mecsek) die bescherming bieden aan diverse
beschermde flora en fauna.
Het is
ideaal voor wandeltochten en een gewilde plek voor liefhebbers van het
dorpstoerisme. De vier- ŕ vijfhonderd meter hoge bergen bieden schone
lucht en talloze fraaie, beschermde vogels. De natuur wordt gevormd door
diverse loofbossen met grotten en watervallen. De fantastisch rotsvormen
van de Jakab-berg (592), de watervallen in het dal van Melegmány, het in
juni bloeiende, 28 hectare grote kastanjebos bij Zengővárkony, het
arboretum in Kisújbánya en Püspökszentlászló en de wandelroute naar het
dal van Óbánya vormen leuke attracties voor de echte natuurliefhebber.

Mare var (Burcht in Magyaregregy)
Grot en vleermuizen museum in Abaliget
Plattegrond met foto's van de Mecsek
Paintball
Mecsextrem (pretpark)
Wellness & fitness
Sikondafurdo
Parel van de oostelijke Mecsek
Wildlife Park Szászvár
Pécs (culturele hoofdstad van
Europa in 2010)
Pécs is de op vier na grootste stad van Hongarije. De stad
ligt in de beschutting van het Mecsekgebergte, even ver van de Donau als
van de Drau. Het is de hoofdstad van het comitaat Baranya. Sinds 1954 is
het een "stad met comitaatsrecht" (megyei jogú város). Als
zuidelijkste grote stad van Hongarije wordt de stad gekenmerkt door een
mediterraan aandoende atmosfeer. Bovendien herbergt de stad de
opvallendste Turkse bouwwerken van Hongarije, die in het land verder
niet bijzonder talrijk zijn.
Pécs is een universiteitsstad en heeft mijnbouw (uranium, steenkool),
keramische industrie (de porseleinfabriek Zsolnay), lederwaren- en
voedingsmiddelenindustrie. De streek ten zuiden van de stad produceert
wijn. In 2010 is Pécs de culturele hoofdstad van Europa.
Pécs bestond al in de Romeinse tijd, toen zich hier de nederzetting
Sopianae bevond op een eerder door Keltische stammen bewoonde
plaats. Na de komst van de Hongaren in de 10e eeuw, stichtte koning
Stefanus de Heilige hier in 1009 een bisdom. De stad stond destijds in
het Latijn bekend als Quinque Ecclesiae, naar de
vroegchristelijke kerken die hier al stonden, en waarvan de traditionele
Duitse naam Fünfkirchen is afgeleid. De opvolger van Pécs’ eerste
bisschop legde de basis van de nog steeds bestaande kathedraal. Bij
opgravingen onder het Domplein - waarmee men nog steeds bezig is -
stootten de onderzoekers op vijf vroeg-christelijke bidkapellen. Uit
opgravingen bleek dat dit deel van Hongarije een zeer oud
cultureelgebied is. Na de invloed van de Romeinse cultuur, kwam de
Romeins-vroeg-christelijke beschaving, uit de eerste eeuwen van onze
jaartelling, waarvan in de laatste decennia steeds meer duidelijke
sporen zijn blootgelegd.
Pécs beleefde zijn bloeitijd in de veertiende en vijftiende eeuw. In
1367 kreeg Pécs als vijfde stad in Europa een universiteit, gesticht
door koning Lodewijk de Grote. De stad werd een centrum van het
humanisme en kreeg in 1440 als eerste stad in Hongarije een openbare
bibliotheek. Van 1543 tot 1686 maakten de Turken in Pécs de dienst uit.
Zij lieten de stad onder meer een prominente moskee na.
Na de verdrijving van de Turken werd het ontvolkte Pécs voor een
groot deel bevolkt door Servische en Duitse nieuwkomers en ontstond een
barokstad op de puinhopen. Keizerin Maria-Theresia gaf Pécs in 1780 de
rang van Vrije Koninklijke Stad. In de 19e eeuw kwam de industrie op
gang (steenkoolwinning, porseleinfabriek Zsolnay) en kreeg Pécs een
spoorwegverbinding met Boedapest. Aan het eind van de negentiende eeuw
was de bevolking weer overwegend Hongaars.
|